Leuke verhalen, anekdotes, onthullingen etc.
Beeldig geschreven door onze sikkertaris Fien.

UIT DE OUDE DOOS  (1974-1980)
Wat onmiddellijk opvalt bij alle leden van de Raad van Elf o.l.v. Prizzident Bert  en met als grote motor Vorst Huub,  is de toewijding
(de “commitment”) aan het doel van de CV de Limburgse Kabriete, n.l.
Carnaval vieren, promoten, sponseren.
Aan het begin van elk verenigingsjaar wordt bekeken of er wel genoeg leden zijn in de Raad van Elf, wordt het bestuur benoemd en zonodig aangevuld, worden de werkcommissies benoemd. De inbreng van elk lid is even belangrijk. Deze tradities zijn altijd gehandhaafd. Toch werd er ook in die jaren al  voor gewaarschuwd dat het Limburgs karakter van de Kabriete Klup in gevaar kwam. Vorst Huub had zelfs regels en sancties bedacht voor Kabriete die bij evenementen weg bleven. Zo was deelname aan de Gran Marcha verplicht.

De Kabriete waren in volle opkomst. De feesten bij Vitters-Moy groeiden uit tot ware happenings, die niemand mocht missen en deden niet onder voor de Carnavalsfeesten in de café’s in Limburg. Beroemd uit die tijd is ook de keuken waar erwtensoep, saté en kippenpoten werden bereid om de dorst te bevorderen. Het werd er zelfs te klein en er werd uitgeweken naar Hotel Frommer, om er daarna toch weer terug

Verhalen uit de Oude Doos
Onze immer charmante sikkertaris Fien
te keren. Een pluspunt was ook dat de vergaderingen er ook werden gehouden. Zo’n 22 à  25 vergaderingen per seizoen, inclusief de knobel-competitie (knobelen is een spel met luciferstokjes waarbij het gaat om de eieren. Wie het spel verliest moet de eieren betalen.)

Toen de toeloop voor de feesten echt te groot werd, ging men over tot het huren van grotere ruimtes, zoals de Piscatheek en later Rust en Burgh en Club Suvek. Werden er in de beginjaren nog ruim 500 kaarten verkocht, dit getal steeg al snel naar 700, 800, en 1000 of meer per avond. De toeloop werd steeds groter. Er werd uitgekeken naar grotere plaatsen, want volgens Kanselier Richard was “kleiner waere geliek aan sjterve” De promotie was dus verzekerd. De inkomsten uit de feesten en het beperken van de onkosten, doordat door de leden van de Raad van Elf bijna alles zelf werd gedaan, zorgden er voor dat de Kabriete ruimschoots aan hun 3e doelstelling, het sponseren van Carnavalsfeesten, met name op de basisscholen, konden voldoen. Of zoals Vorst Huub het uitdrukte: “Veer houve niks euver te haauwte!”  De opbrengst van de feesten werd simpelweg aangewend voor liefdadige doelen. Zo konden elk jaar 10 tot 15 scholen rekenen op een ruime donatie om op hun school Carnaval te vieren, want jong geleerd is oud gedaan. Dit was de filosofie achter de Kabriete.  In 1975 werd er zelfs een bedrag van f. 111,11 gedoneerd aan het Carnavalscomité  Curacao. Ditzelfde bedrag werd ook elk jaar aan het Mgr Verriet Instituut gegeven. 

Vanaf deze jaren werd er elk jaar meegedaan aan de Gran Marcha. De wagens werden gezamenlijk opgebouwd o.l.v. bekende wagenmeesters zoals Bert Geenen en Leo van Baars. Prachtige voorbeelden uit die tijd zijn: de “hobbelgeite”,  “sopi kabritu”, “de liggende clown”.

Zoals gezegd, de organisatie o.l.v. President Bert (die zelfs het recht van veto had) en Vorst Huub als uitvoerende macht, liep als een trein, mede dankzij secretaris Piet, die altijd zorgde voor de benodigde vergunningen, penningmeester Lambaer en tresoreer Willem-Jan, die er voor zorgden dat de Kabriete hun rol als gulle gevers konden blijven vervullen.

In 1974 werd de onlangs overleden Sjra Janssen tot voorzitter van de Ballotage –commissie (de “Ballekemissie”) gekozen en kreeg daarvoor een gouden streep over de gulp en de bok met ballen op de achterkant van de cape geborduurd.

De Muziek
Muziek is altijd een hoofdbestanddeel geweest van de feesten. De vertegenwoordigers van de verschillende muziekgroepen waren bij alle vergaderingen aanwezig. Zij kwamen zo trouw dat af en toe een uitzondering gemaakt moest worden omdat de Raad ook wel eens onderling wilde vergaderen.

No. 1 was de Boerenblaaskapel, begin jaren 70 onder leiding van de kapelmeesters Arend Boer, later opgevolgd door Ton Bercx en Jo Janssen en vervolgens door de 1e Antilliaan Bert van Putten.

No. 2 waren de Oelewappers, o.l.v. Jan Kools, opgevolgd door Grupo Seis, o.l.v. Reenis en Los Caramelos o.l.v. Jacobo Colina, Cha Atalita en van Velzen, en af en toe ook Jan Ghering en zijn combo.

En omdat dit niet voldoende was om iedereen aan het dansen te houden, werd al snel contact opgenomen met nog meer lokale bands en combo’s. Veel bekende namen uit de Curaçaose muziekwereld  hebben deel uitgemaakt van de roemrijke Kabrietenfeesten : b.v. Los Explosivos o.l.v. Mannix Dindial, the Stone Selection o.l.v. Doortje,  the Neighbours (de Pinkeleers) o.l.v. Robby Rodriguez.

De verschillende muziekgroepen wisselden elkaar af, waardoor er nooit een hiaat kwam in de muziekvoorziening en waarvoor een speciale herkenningsmelodie gold, die elke groep moest spelen als de tijd voor de afwisseling was aangebroken. Het heeft Vorst Huub dikwijls heel wat hoofdbrekens gekost om dit deel van de feesten vlekkeloos te laten verlopen.

De Boerenblaaskapel was in ’76 o.l.v. Ton Bercx uitgegroeid tot een ware “boerenblaasharmonie” met soms  19 man. Hij heeft de kapel zelfs eenmaal op eigen kosten in nieuwe uniformen gestoken en zorgde dat instrumenten en bladmuziek picobello waren toen hij het dirigeerstokje overdroeg aan Jo Janssen. Normaal bestond de Boerenblaaskapel in die tijd uit 12 man en later werden dat er 8.

Het Jubileumfeest : 20- jarig bestaan van de Kabriete in ‘77
Ter gelegenheid van het 20-jarig  bestaan werd besloten om naast de Kabrietefeesten ook iets te organiseren om speciaal de Curaçaose Carnavalsverenigingen te steunen. Er werd een feest georganiseerd in Hofi Dell dat een capaciteit heeft van 3000 feestgangers. Aan de Heer Felio Colinet van het Curacaose Carnavalscomité werden ruim 3000 kaarten (gesponserd door de Amstel) overhandigd om ze via contactpersonen te distribueren  onder de carnavalsverenigingen op Curacao, die ze zelf mochten verkopen als  fundraising voor hun eigen groepen.

Het Hofi feest werd een groot succes met 2500 bezoekers; er werden 33 fusten bier getapt (gesponsord door Amstel) en niet getelde soft drinks. Hapjes waren er te kust en te keur . Muziek en organisatie : Limburgse Kabriete en extra bewaking van 10 man politie.

Na al die massale feesten wordt er toch ook een tegengeluid gehoord van Piet: de feesten zijn niet meer wat ze waren: er wordt niet genoeg gehost op Limburgse muziek.

In de jaren 70 worden er ook nieuwe Kabrieten aangenomen en geïnstalleerd, te weten Herm Lina (de huidige voorzitter), Frans I (Frans Rooyakkers), Frits Vromen, John Stevens, Louis Hilgers, Michel Soons (de huidige Opper-kanselier). De laatste wordt op het Prinsenbal ’78 geïnstalleerd. De aanname gebeurt na stemming door de leden van de Raad, waarbij iedereen zoveel stemmen mag uitbrengen als hij wil. Herm Lina werd op 19 november ’75 aangenomen met 29 voor en 5 tegen)! De Prins van het Kabrieterijk legt nog altijd de eed af op de vaan (de vlag) en de sjtaaf (de staf). Dit gebeurt op het Prinsenbal ten overstaan van de Vorst en de Raad van Elf. Hij kiest zelf zijn adjudant(en). De opkomst van de nieuwe prins wordt ook op humoristische wijze geregeld op een manier die bij de persoon past. De staf van de prins wordt regelmatig op een studentikoze manier “geklaauwd” (ontvreemd) en later weer terugbezorgd.

In ’77 wordt ook overgegaan tot het installeren van een medaille-kemissie, omdat men vond dat de medailles teveel “veur de voes weg”(te hooi en te gras) werden uitgedeeld. En ook in ’77 krijgen de Kabriete een loods ter beschikking op Klein Kwartier (vroeger bekend als bewaarplaats voor munitie en vuurwerk).  Ook krijgen de Kabriete bezoek uit Stevensweert van de CV de Leifhöbbers waar een broer van Sjra Janssen prins was en worden namens hun medailles uitgereikt.

Er komt in deze jaren ook een feestlocatie bij: Hotel Bianca waar Hans Vrolijk en zijn onvergetelijke Fransje de scepter zwaaiden.

HAMMIE
Een figuur die nooit op onze feesten ontbrak is Hammy Zeydel. Hij versterkte de poortwacht en mocht met trots de kabriet dragen die alle leden van de Raad van Elf bij hun installatie kregen en door de technische leden van de Raad zelf werd vervaardigd : aanvankelijk van hout en later van stainless steel. Thans zijn het zilveren kabrieten die van de juwelier afkomstig zijn.

De poortwacht op de feesten was in deze jaren in handen van Richard van Colon, later versterkt met Bischop. Richard, de eerste Kanselier van de Kabriete, hield alles in de gaten en zorgde er voor dat alles volgens protocol en regels verliep. 

In de jaren 75/76 werd ook voor het eerst een vaan (i.c. een Limburgse vlag) aangeschaft door Lewieke (Louis Hilgers) voor de prijs van Nf. 153,75. De vorst wilde deze vlag in het Café Colon van Richard hangen en de Kabriete zouden hem dan any time kunnen gebruiken en met 2 eigenaren werd de prijs goedkoper. Uiteindelijk moest er ook een staander voor deze vlag komen, ook dat werd door de technische commissie o.l.v. Pierre (Pierre Wilders) gerealiseerd.

Lewieke behoorde destijds tot de jongere generatie en kreeg bij zijn aantreden als aspirant-kabriet een buikske (boekje) uitgereikt met op elke bladzijde de tekst : “moel haauwte”  (mondje dicht),  waardoor hij bij discussies niet au sérieux werd genomen.

Reclame
Velen zullen zich de stem van Vorst Huub herinneren die ’s morgens in alle vroegte de Kabriete-feesten aankondigde over de radio, als men de kinderen naar school bracht of naar het werk ging. Het bandje met het mek-mek-mek was zodanig versleten, dat het later opnieuw moest worden opgenomen.

T-shirts: bekend uit deze jaren was ook de T-shirt-commissie o.l.v. Nico (Nico Nizet). Ze kwamen uit Hong Kong in alle kleuren met de kabriet als opdruk en ze moesten herhaaldelijk worden bijbesteld.

De Kabriete gaven ook hun eigen krant uit die altijd in een oplage van 11.111 verscheen.
Ook ging de Raad van Elf zelf op bezoek naar b.v. het hospitaal, Huize St Joseph, Habaai, en natuurlijk naar verschillende scholen,  o.a. naar het George Charles Pire College waar  ze werden ontvangen door een Raad van Elf naar het model van de Limburgse Kabriete.

Als fundering voor het vastleggen van de verrichtingen van de Limburgse Kabriete gelden o.a. de notulen van de vergaderingen, die worden geschreven in het Limburgs dialect, en waarmee schrijver dezes vanaf seizoen ’74-’75 is belast. Aanvankelijk als secretaresse toegevoegd aan de Raad van Elf, en vanaf ’76 als eerste vrouwelijk lid van de Raad van Elf als secretaris, bij afwezigheid nog steeds vervangen door de onvergetelijke Piet Swakhoven.

Het bovenstaand artikel is tot stand gekomen dankzij het archief dat behalve de notulen ook een schat aan foto’s en memorabilia bevat, waarvoor helaas nog geen geschikte ruimte is gevonden waardoor een expositie nog tot de toekomstplannen behoort.

Daar het ondoenlijk is alle gegevens over de zeventiger jaren in een artikel te verwerken, moet dit artikel beschouwd worden als “een greep uit de oude doos!”  Het is tevens een voortzetting van “uit de ouwe doos” samengesteld door Fien Sweers, dat in 2011 op de website van de Kabriete werd gepubliceerd en wordt dus vervolgd.

Josephine Sweers
(secretaris Fien)

wordt vervolgd ...........
Copyright © 2009 -2016 www.kabrieten.com
De Limburgse Kabriete Klup

CURAÇAO